Cor en Sjaan - Deel 1

Even voorstellen: Cor (78 jaar) en Sjaan (74 jaar) zijn 54 jaar getrouwd, hebben twee kinderen, vijf kleinkinderen, een achterkleinkind en wonen op Dubbeldam. Je zult Cor en Sjaan gaandeweg leren kennen, dus ik ga hier geen karaktertrekken verklappen.

Cor is onlangs bij de “huisarts” geweest op aanraden van Sjaan, maar eigenlijk moet ik zeggen dat Sjaan hem letterlijk richting huisarts geduwd heeft. Dat ging zo:

Sjaan: ”Zit je nou alweer zo te hoesten! Zou je niet eens stoppen met die sigaretten; moet je de gordijnen nou eens zien. Ze waren wit toen ik ze kocht, maar Annie dacht laatst dat ik nieuwe beige vitrage had. Cor, ga alsjeblieft buiten roken en als je dan toch buiten bent, loop dan even door naar de huisarts voor dat geblaf van je. Het lijkt wel of er een zeehond in de kamer zit.”

Terwijl Cor zijn shag in zijn jaszak stopt, zijn jas aantrekt en richting voordeur loopt, geeft Sjaan hem een klein duwtje richting voordeur. Cor stapt naar buiten en steekt daar een vers gedraaid shaggie op. “Cor! De huisarts is die kant op, hoor!” roept Sjaan hem na. “Ja, ja, ik weet het...”, wetende dat ze hem na zal kijken loopt hij in de goede richting om vervolgens af te slaan richting Damplein. Het is zonnig, maar nog wat fris. Te fris om op een bankje neer te strijken en dus loopt hij over de Kromme Zandweg. Hij zou best eens een bakkie kunnen doen bij de Watertoren.

Sjaan is meteen in actie gekomen en heeft de keukentrap gepakt om de vitrage eraf te halen. Ze is ervan overtuigd dat de dokter haar Cor een rookverbod op gaat leggen en dus kunnen de gordijnen meteen weer eens hun oude witte kleur terug krijgen. Het eerste gordijn is eraf en Sjaan wil de trap verplaatsen, maar dat gaat nog niet zo gemakkelijk; er is te weinig ruimte tussen de bank en de muur om er een trap tussen te zetten. Hoe zal ze dat nou eens doen? Och, gewoon net zoals ze vroeger deed, ze klimt op de bank en gaat op de leuning staan. Zie je wel, ze kan het nog. Maar dan gaat het mis; ze glijdt met haar voet van de leuning en maakt een smak op de grond. In haar val rukt ze het gordijn van de rails en daar ligt ze dan, met een gordijn over haar heen, als een afgedekt lijk. En omdat ze klem ligt tussen bank en muur kan ze zich niet verroeren. Gelukkig heeft ze zich geen pijn gedaan, maar dat rotgordijn houdt haar gevangen. “Cor! COR!!! Och, dat is waar ook, die is naar de dokter. Wat nu? Help!” piept ze zachtjes, want stel dat iemand van buiten haar hier zo ziet liggen, het is vast geen gezicht. Ze worstelt nog wat met het gordijn, maar het gordijn wint de strijd en Sjaan ligt nog steeds. “Cor!” probeert ze nog eens, maar ze weet al dat dit vergeefse moeite is.

De koffie heeft Cor goed gesmaakt, eigenlijk nog beter dan thuis. Ik moest meer weer eens op huis aan gaan, denkt Cor, en net als hij aanstalten wil maken om naar huis te gaan, stapt Arie binnen. Arie is de overbuurman met de twee kleine kindjes. “Hee Cor, hoe gaat het?”, en na alle onnozelheden zoals, “Goed, Arie, en met jou jongen? Alles oké? En met moeder de vrouw? Kom je een koppie koffie drinken?” “Nee, ik kom je halen. Jij zat toch bij je huisarts?”

Als Cor door krijgt dat Arie niet zijn broeder-in-crime blijkt te zijn, voelt hij zich betrapt. Arie zegt: “Ik weet dat je hier bent vanwege Track&Trace.”

 “Wie zijn Trek en Trees nou weer?”

“Ik leg het je onderweg wel uit. Kom nu maar mee naar huis.”

Door Willie Heuser






Wordt vervolgd in deel 2 …